Op maandag 26 januari 2026 vergaderde de Vaste Kamercommissie OC&W over de OCW begroting onderdeel media. Dit debat ging vooral over de NPO, en belangrijke onderwerpen waren toekomstige hervormingen en bezuinigingen. Maar er waren meerdere Kamerleden aanwezig die ook spraken over de kwaliteit van de verslaggeving en over de toezichthouders. Dit zijn de onderwerpen die relevant zijn voor het rapport. De video van dit debat is met tijdcodes op X (voorheen twitter) gezet.
Dit is de volledige eerste termijn van het OCW-begrotingsdebat, onderdeel Media. Hieronder alle bijdrages per fractie. Klik op de tijdsindicatie om het betoog van het gewenste Kamerlid te bekijken:
— Susanne (@suusonline) January 26, 2026
0:02:22 Ouafa Oualhadj (D66)
0:16:32 @ClaireMartens3 (VVD)
0:39:18 @MoMohandis… pic.twitter.com/rvQXtFRryM
Tijdens zijn bijdrage (vanaf minuut 50:33) stelde Mohammed Mohandis (GroenLinks/PvdA) dat er geen moderatie is op X en dat daar nepnieuws verspreid wordt. Op vragen van Gidi Markuszower (groep Markuszower) over nepnieuws bij de NPO – en zelfs de NOS – antwoordde Mohandis dat er daarom toezichthouders zijn. Hij noemde de NPO-Ombudsman en het Commissariaat voor de Media. Daarop volgde een discussie over nepnieuws op X tegenover nepnieuws bij de NPO.
In reactie daarop vroeg Annabel Nanninga (op minuut 57:04) of Mohandis het rapport ‘Wat leren we onze kinderen?’ kende. Dat kende hij inderdaad en hij vertelde dat hij aanwezig was geweest toen José Hak en Maaike van Charante het rapport aanboden aan de Vaste Kamercommissie. Mohandis was niet enthousiast over het rapport en vond met name de kritiek op de toezichthouders niet terecht. Nanninga vroeg of Mohandis vond dat de toezichthouders adequaat gereageerd hadden op dit rapport. Mohandis bleef naar systemen verwijzen; hij stelde dat hij zelf niet kan verifiëren of de constateringen in het rapport kloppen. Keer op keer verwees hij naar de toezichthouders. Citaat: “Het is maar vanuit welk perspectief je redeneert. Wanneer is het nepnieuws? Wanneer is het echt nieuws? Laat dat alsjeblieft over aan degenen die daarvoor zijn.” Maaike van Charante heeft een artikel geschreven over deze falende toezichthouders.
Na Mohandis was het de beurt aan Martin Bosma (PVV) die in zijn betoog ruim aandacht besteedde aan het rapport, dat hij zelfs voor zich op tafel had liggen. Na een inleidend verhaal met voorbeelden van foutieve verslaggeving over Israël bracht hij het rapport ter sprake en hield het omhoog. Hij prees het aan en verwees naar de website. Daarna vertelde hij hoe het rapport systematisch analyseert wat onder andere in jeugdjournaals aan de orde kwam, en fout op fout aantoont. Nanninga (JA21) vroeg of Bosma een goede inhoudelijke weerlegging van het rapport had gezien vanuit de NPO. Bosma: “Dat vind ik zo mysterieus. Dit rapport pakt het gewoon nieuwsfeit voor nieuwsfeit aan en er is nooit enig antwoord op geweest. Je zou juist verwachten – zeker van een omroep die zichzelf publiek noemt – dat die dit een prachtige gelegenheid vindt om eens in contact te treden met hun afnemers. Maar dat doen ze niet. Ze zitten maar in een bunkertje propaganda te verspreiden.” Hieronder de volledige bijdrage van Martin Bosma.
Later in zijn betoog wees Bosma nog op de politieke kleur van de toezichthouders. Hij noemde dat Amma Assante – de voorzitter van het Commissariaat voor de Media – op het moment dat zij die functie kreeg lid was van de politieke partij Bij1. Bosma: “Zij is of was in ieder geval toen ze werd aangenomen een lid van Bij1, een pro-geweldsorganisatie die bij de recente verkiezingen heeft opgeroepen tot geweld tegen Israël. En het is ook een organisatie die rondom de zogenaamde Jodenjacht in Amsterdam blij was met de rol van de taxichauffeurs, en dat beantwoordde met: taxichauffeurs van Amsterdam bedankt.” Bosma vroeg: “Wat vindt de minister ervan dat de voorzitter van het Commissariaat van de Media iemand is die lid is van een organisatie die pleit voor geweld?” Bij de beantwoording van de vragen stelde minister Gouke Moes dat hij niet bevoegd is om te beoordelen of Bij1 oproept tot geweld.
Een belangrijk punt in het rapport is het falende toezicht op de kwaliteit van het videomateriaal. Officieel valt de educatieve content onder de journalistieke code van de NPO, maar dat gaat op meerdere punten mis. Ten eerste is de journalistieke code niet afgestemd op de behoeften van de jeugd, en ten tweede blijken de toezichthouders de normen die er zijn niet te handhaven. Daarnaast is het hele systeem van klachten niet geschikt voor scholieren die buiten het zicht van hun ouders misleidende informatie krijgen. Zij hebben niet de achtergrondkennis om zelf in actie te kunnen komen, en hun ouders weten niet wat zij op school te zien krijgen. Dit laatste kwam verder niet aan de orde in het debat, maar Caroline van der Plas (BBB) ging wel in op het versterken van de toezichthouders.
Van der Plas wees op het belang van onafhankelijkheid en autoriteit van de toezichthouders. Ze legde uit dat in Spanje een parlementaire commissie toeziet op naleving van processen en normen. Daarna verwees ze naar het Britse model, waar de organisatie Ofcom zelfs de bevoegdheid heeft om de BBC op prime time fouten te laten rectificeren. Dit sluit wel aan op het belang van goed toezicht op de producties van de NPO, al is het de vraag of er iets van terecht gaat komen. De minister beloofde (vanaf minuut 7:05) dat het ministerie de mogelijkheden gaat verkennen, ook wat betreft verdere versterking van de toezichthouder, en daarover verslag uit zal brengen aan de Kamer.
Hieronder de beantwoording van @MinisterOCW in zijn eerste termijn in het mediadebat. Zijn bijdrage is verdeeld in zes blokjes:
— Susanne (@suusonline) January 26, 2026
👉🏻 hervorming van het landelijk stelsel
👉🏻 bezuinigingen
👉🏻 lokaal/regionaal
👉🏻 journalistieke vrijheid en onafhankelijkheid
👉🏻persveiligheid… pic.twitter.com/UfrxeROfm1
Alles bij elkaar is het goed dat er aandacht was voor het rapport, en we merken dit in de belangstelling voor de website en bestellingen van de papieren versie van het rapport. Helaas zijn de uitlatingen van Mohammed Mohandis typerend voor de houding van het grootste deel van de NPO en veel andere media, met name de media die bekend staan als kwaliteitskranten. Dit houdt in dat een belangrijk deel van het Nederlandse publiek nog steeds niet geïnformeerd wordt over het falen van de NPO op het gebied van verslaggeving over Israël. Zelfs kritische besprekingen van het rapport zijn nergens aan de orde, liever zwijgt men het dood.
Daarom zijn wij bezig met nieuwe initiatieven om het rapport rechtstreeks bij scholen onder de aandacht te brengen. Hierover leest u meer elders op de website.
