Dominant narratief
4.0 - Introductie
Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop in de educatieve setting een dominant narratief wordt aangeboden in plaats van een op feiten gebaseerde, genuanceerde verslaggeving over een van de grootste problemen van onze tijd: het Israël-Gaza conflict.

In de vorige hoofdstukken zijn onderdelen aan de orde gekomen van de informatie die de Nederlandse jeugd krijgt aangeboden – of juist niet aangeboden – over de onrust in het Midden-Oosten. Maar die onderdelen staan natuurlijk niet op zichzelf. Al deze accenten, toevoegingen en weglatingen scheppen een vrij consistent totaalbeeld, een verhaal dat dit gecompliceerde
conflict terugbrengt tot iets begrijpelijks.
Dit is een algemeen menselijke strategie. Niemand heeft tijd om zich overal in te verdiepen, dus we werken continu met vereenvoudigde weergaven van de werkelijkheid, en zeker bij uitleg aan kinderen en jongeren is vereenvoudiging onontkoombaar. Helaas is het altijd gevaarlijk om complexe situaties te versimpelen. De nuance verdwijnt: de wereld wordt opgedeeld in helden en schurken, en blinde vlekken ontstaan. Al snel is informatie die niet bij het verhaal ‘past’ niet meer welkom.
Journalisten hebben dan de ondankbare taak om ook die feiten te brengen die tegen het dominante narratief ingaan. Maar wat als die journalisten zelf meegezogen worden in het verhaal? Het lijkt erop dat dit is wat misgaat bij de verslaggeving over het Israëlisch-Palestijnse conflict. De Nederlandse jeugd krijgt hierover geen feiten en achtergrondinformatie met de mogelijkheid
om zelf een mening te vormen, de jongeren krijgen een kant-en-klaar en incompleet verhaal aangereikt. Dit zijn de schurken, dit zijn de slachtoffers, deze kant moet je kiezen. Dit roept enkele vragen op:
- Hoe is dit narratief tot stand gekomen?
- Wat voor effect heeft dit op de jeugd?
- Kan het ook anders?
Deze vragen proberen we in dit hoofdstuk te beantwoorden.
4.1 - Perspectieven voor 7 oktober
De Palestijnen concentreerden hun verhaal rondom de Nakba, de vlucht van hun voorouders tijdens de stichting van de staat Israël. Dat verhaal heeft twee kanten die volkomen tegenstrijdig zijn. Aan de ene kant is er het verhaal van het verdrukte Palestijnse volk dat uit het eigen land verdreven is en nu lijdt onder de agressor Israël. Aan de andere kant is er het agressieve verhaal van pogingen om Israël te vernietigen en de Joden de zee in te drijven. Dat deze verhalen zo tegenstrijdig zijn, wil niet zeggen dat ze niet allebei waar zijn.
Israël vertelde het verhaal van de diaspora. Het Joodse volk dat duizenden jaren meedogenloos vervolgd is en bijna uitgeroeid, wist na eeuwen weer een onafhankelijke staat te vestigen in het land waar de Joden thuishoren. Omdat overleven centraal staat, zijn Palestijnen tegenstanders als zij het bestaan van deze staat niet accepteren. Israël is gebouwd op het vaste voornemen om Joden een veilige plek te bieden, al is het land bereid concessies te doen voor die veiligheid: land voor vrede.
Als alleen deze twee verhalen zouden tellen, zou het conflict nog enigszins overzichtelijk zijn. Dat is het niet. Ten eerste is er ook nog het verhaal van de islamitische wereld. Daar is weinig sympathie voor de Palestijnen, maar dat was ondergeschikt aan de haat tegen Israël. Die haat rustte op twee pijlers: afkeer van het westen als dominante wereldmacht en ex-kolonisator, en Jodenhaat. Waar Israël als voorpost van het westen werd gezien, richtte de afkeer van het westen zich op Israël. De Jodenhaat heeft religieuze wortels en is sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw aangewakkerd door de nazi’s die de regio overspoelden met propaganda, (zie Herf, J. Nazi propaganda for the Arab world (2009)) en vervolgens door de Sovjets die het narratief in omloop brachten dat Israël een koloniaal project van het westen zou zijn (zie Herf, J. Undeclared Wars with Israel: East Germany and the West German Far Left, 1967-1989 (2016). Dit alles verklaart de virulente Jodenhaat in de regio, en het verklaart waarom Arabische landen meerdere pogingen deden om Israël door oorlogen te vernietigen. Overigens was dit verhaal al voor 7 oktober 2023 aan het kantelen.
Oorspronkelijk stond het communistische blok na de Tweede Wereldoorlog niet onsympathiek tegenover Israël, maar in de koude oorlog werd Israël bondgenoot van de VS en dus een tegenstander. In de VN hadden het communistische en het islamitische blok samen al snel een ruime meerderheid, wat de bias van de VN tegen Israël verklaarde. Ondanks de ontrafeling van het Warschaupact is die meerderheid gebleven, zie de verhouding in resoluties in onderstaande afbeelding. Dieptepunten waren de resolutie in 1975 dat zionisme gelijk stond aan racisme, de ‘antiracisme’-conferentie van Durban in 2001 die uitdraaide op een anti-Israëlspektakel, en natuurlijk de installatie van allerlei commissies die speciaal onderzoek deden (en doen) naar vermeende misdaden van Israël.

Het sovjet-verhaal van Israël als koloniaal project sloeg ook aan bij Europees links, waar afschuw van het eigen koloniale verleden meespeelde. Het verklaart in elk geval deels waarom ook in Nederland linkse partijen zo anti-Israël zijn geworden. Wat niet hielp was dat de afgelopen decennia de neiging opkwam om de wereld te verdelen in onderdrukkers en slachtoffers, en Israël in te delen bij de onderdrukkers. Daar kwam bij dat ook in Europa een traditie van antisemitisme bestaat die tijdelijk onderdrukt werd door schaamte over de Holocaust, maar inmiddels soms eerder tot wrok tegen de slachtoffers lijkt te leiden. Daarnaast kennen velen ondanks alle gebreken toch autoriteit toe aan de (zeer Israël-kritische) VN.
Dit alles verklaart wellicht waarom veel media voor 7 oktober onderstaande selectie maakten uit de verhalen en feiten over het Israëlisch-Palestijnse conflict, ook in de informatie voor de jeugd.

Het resultaat is een narratief waarin Israël altijd de dader is, en de Palestijnen altijd de slachtoffers zijn. Sommige informatie is hierin niet welkom – zie alles wat buiten het rode ovaal blijft – en sommige onjuiste informatie krijgt toch een aureool van geloofwaardigheid. Dat laatste verklaart waarom onwaarheden van Hamas toch binnen de rode lijn vallen. De terroristen van Hamas zijn behendige propagandisten, en zij spelen in op de westerse sentimenten.
4.2 - Propagandaoorlog
en groot verschil tussen feiten en verhalen is dat feiten rommelig, onvoorspelbaar en onderling tegenstrijdig zijn, terwijl verhalen een mooi afgerond geheel bieden, waardoor mensen denken dat ze begrijpen wat er gaande is. Dat maakt dat verhalen vaak populair zijn, en feiten onwelkom. Propagandisten van alle eeuwen hebben dat goed begrepen, en het vertellen van het ‘juiste’ verhaal is een wapen op zich geworden.
Dit is iets waarmee Hamas meer succes boekt dan Israël. In 2014 publiceerde Hamas richtlijnen voor Palestina activisten, de “Be Aware – Social Media Activist Awareness Campaign.” Die richtlijnen vertellen in wezen wat het door Hamas gewenste narratief is, en het is onthutsend hoe we dit narratief weerspiegeld zien in de meeste verslaggeving. Niet dat journalisten massaal stiekem Hamas zullen steunen, maar blijkbaar zijn ze gevoelig voor deze benadering, die scherp is afgesteld op wat werkt in de westerse wereld.
Het Hamas Interior Ministry dringt vooral aan op het gebruik van de juiste termen. Een paar citaten uit de richtlijnen:
- “Anyone killed or martyred is to be called a civilian from Gaza or Palestine, before we talk about his status in jihad or his military rank. Don’t forget to always add ‘innocent civilian’ or ‘innocent citizen’ in your description of those killed in Israeli attacks on Gaza.”
- “Begin [your reports of] news of resistance actions with the phrase ‘In response to the cruel Israeli attack,’ and conclude with the phrase ‘This many people have been martyred since Israel launched its aggression against Gaza.’ Be sure to always perpetuate the principle of ‘the role of the occupation is attack, and we in Palestine are fulfilling [the role of] the reaction.”
Uit deze aanwijzingen wordt duidelijk dat Hamas wil dat activisten in de westerse wereld zich aansluiten bij het narratief van Palestijnen als slachtoffer van de wrede agressor Israël. Dit in tegenstelling tot de boodschap die Hamasleiders afleveren in toespraken voor de eigen achterban en interviews met islamitische tv-zenders. Daarin benadrukken zij wel hun voornemen om Israël te vernietigen en zoveel mogelijk Joden te vermoorden. Maar het is niet de bedoeling dat activisten in het westen de nadruk leggen op deze kant van Hamas, al is bij sommige demonstraties wel degelijk sprake van verheerlijking van terroristisch geweld.
- “Avoid publishing pictures of rockets fired into Israel from [Gaza] city centers. This [would]
provide a pretext for attacking residential areas in the Gaza Strip. Do not publish or share
photos or video clips showing rocket launching sites or the movement of resistance [forces]
in Gaza.” - “Do not publish photos of military commanders. Do not mention their names in public, and
do not praise their achievements in conversations with foreign friends!”
Dat Hamas deze militaire eer niet zoekt – en zelfs weigert om bekend te maken hoeveel militanten gesneuveld zijn – heeft alles te maken met het afschilderen van Israël als een schurkenstaat die alleen maar onschuldige burgers doodt, een beeld dat helaas ook wordt uitgedragen door sommige Nederlandse politici.
Het slachtoffernarratief van de Palestijnen heeft natuurlijk meer zwakke plekken dan alleen de feiten over Palestijnse agressie, en één zo’n zwakke plek is de Holocaust. Westerlingen zouden geneigd kunnen zijn begrip voor Israël te hebben omdat de Joden nog maar zo kort geleden aan uitroeiing zijn ontsnapt. Hamas waarschuwt dus met klem om de Holocaust niet te ontkennen, maar de zaak om te draaien: de zionisten zijn de nieuwe nazi’s.
- “Avoid entering into a political argument with a Westerner aimed at convincing him that the Holocaust is a lie and deceit; instead, equate it with Israel’s crimes against Palestinian civilians.”
Dit is misschien wel de meest succesvolle richtlijn van allemaal; Israël wordt voortdurend verweten nu zelf op nazi-Duitsland te lijken, terwijl die vergelijking rationeel bezien absurd is, zie de twee vorige hoofdstukken. De meeste Nederlandse media volgen in feite bovenstaande richtlijnen – al zal dat onbewust zijn – en dat zien we terug in de informatie voor de jeugd. Het is tevens wat de Nederlandse Gaza protesten uitdragen, waarin aan Hamas gelieerde organisaties dan ook een grote rol spelen.208
Als Hamas alleen zou staan in deze propagandaoorlog, zou de terreurgroep niet zo’n succes hebben. Maar er zijn meer spelers in dit veld, grote spelers. Direct na 7 oktober 2023 waarschuwden geheime diensten en onafhankelijke onderzoekers dat het internet overspoeld werd met propaganda en desinformatie over het conflict op een niet eerder vertoonde schaal. Met name Iran en Rusland trokken ten strijde, bijgestaan door China, Libanon, Syrië, Irak en extremistische groepen zoals Al Qaida en IS. Experts spraken over Covert Propaganda campagnes die elkaar versterkten.
Het wrange is dat deze campagnes tegen Israël ook de Verenigde Staten als doelwit hadden, terwijl de VS zelf destijds niet vierkant achter Israël stonden. De linkervleugel van de Amerikaanse Democraten is steeds invloedrijker geworden in de partij, en juist in die vleugel speelt bij sommigen een sterk anti-Israëlsentiment. Dit zijn de congresleden die flirten met studentenprotesten waar Joodse studenten worden lastig gevallen, en met de wokebeweging waarin Joden tot de witte onderdrukkers gerekend worden. In de regering van Biden was de invloed van deze groepen groot. Al voordat deze regering aantrad, maakte vicepresident Kamala Harris duidelijk dat de VS zich meer op de Palestijnen zouden richten, en na 7 oktober oefende Biden keer op keer grote druk uit op Israël waar Netanyahu later zijn frustraties over uitte. De VS steunden Israël, maar zeker onder Biden was die steun voorwaardelijk.
4.3 - Nieuws uit Gaza
Geen narratief is bestand tegen een stroom van beelden en berichten die daar strijdig mee zijn, dus voor Hamas is het belangrijk dat de terreurgroep al jaren de absolute controle heeft over het nieuws dat uit Gaza komt. Het gaat dan niet alleen om de Gazanen zelf die foltering of executie te vrezen hebben als ze onwelgevallige informatie naar buiten brengen, het gaat ook om de uitlatingen van de hulporganisaties, de VN (waar onlangs de zeer deskundige Alice Nderitu werd ontslagen omdat ze weigerde Israël onterecht van genocide te beschuldigen) en de buitenlandse journalisten die in het gebied gestationeerd zijn.
Hamas staat bijvoorbeeld niet toe dat westerse journalisten verslag doen van het lanceren van raketten vanuit gebouwen waar die journalisten (en andere burgers) verblijven. Soms lekt er wel eens iets uit als het per ongeluk tijdens een live uitzending gebeurt, maar verder zwijgen de media hierover. Zo niet, dan komt Hamas even langs om de regels uit te leggen, zoals u in een artikel uit 2014 kunt lezen. In datzelfde artikel is te lezen hoe de ‘consensus’ ontstaat binnen de kring van journalisten die de lijn van anti-Israël organisaties volgen, en bovendien door hun hoofdredacties niet gewaardeerd worden als ze daarvan afwijken. Eind 2024 nam Israël Hamaswoordvoerder Tariq Shlouf gevangen, die uitlegde hoe de media precies doen wat Hamas zegt, video in de tweet. Deze cultuur verklaart ook hoe weinig er in het voorjaar van 2025 verslag werd gedaan van de protesten in Gaza tegen Hamas.
Daarbij komt nog de berichtgeving van de Qatarese zender Al Jazeera, de belangrijkste bron voor veel westerse media, waarvan ook in de informatie voor de jeugd veel materiaal wordt gebruikt. In Gaza is Al Jazeera gehaat als handlanger van Hamas. Citaat van een oud-werknemer van de zender: “Much of the staff there are of Palestinian descent. Of course, they’re all aligned with Hamas. No Fatah loyalists are to be found there, nor anyone who doesn’t affiliate with Hamas or Qatar’s agendas.” In talloze landen in de regio – Saoedi-Arabië, de Verenigde Emiraten, Egypte, Bahrein, Jordanië, Marokko, Koeweit – wordt Al Jazeera gezien als jihadistisch propagandakanaal, wat tot gevolg heeft dat de zender vaak niet welkom is. Ook de Palestijnse Autoriteit op de Westbank heeft Al Jazeera in de ban gedaan.
De IDF levert zelf ook nieuws vanuit de Gazastrook, maar dit wordt alom gewantrouwd, ook als het ondersteund wordt door gerenommeerde experts (artikel 1, artikel 2). Je zou Israël hierin naïviteit kunnen verwijten. Het land blijft op feiten hameren, maar redelijkheid en feiten wegen in het verhitte discours niet op tegen mantra’s over onderdrukking en genocide. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat Israël nooit fouten maakt in Gaza, maar Israël is wel een functionerende democratische rechtsstaat waarin misstanden onderzocht worden en schuldigen gestraft. In feite is de IDF pijnlijk keurig in zijn gedrag, niet alleen uit morele overtuiging, maar ongetwijfeld ook omdat Israël heel goed beseft dat elke Israëlische handeling onder een vergrootglas ligt.
Verder krijgt Israël het verwijt geen journalisten toe te laten in Gaza – behalve embedded – maar het is de vraag hoe de media zouden reageren als Israël wel journalisten zou toelaten, en hen iets zou overkomen. Ook nu is er al veel kritiek vanwege onveiligheid van journalisten in Gaza. Daarbij negeren critici overigens vaak dat veel journalisten in Gaza Hamasleden met een persvest aan zijn, die het ene moment een microfoon en het volgende moment een wapen in handen hebben. Het bewijs hiervoor is overvloedig, maar wordt meestal genegeerd. Ook in het jeugdjournaal (bijlage II.3 2023-12-07) en een NOS op 3 filmpje (bijlage I.19 2023-10-14) traden ‘journalisten’ op die Hamaspropagandisten blijken te zijn.
4.4 - Kwetsbare jeugd
De propaganda campagnes en de keuzes van verschillende nieuwsorganisaties hebben na 7 oktober
geleid tot een beeld van het conflict zoals in onderstaand schema aangegeven.

De kern van het verhaal van Israël – de zorg om de gijzelaars – komt nauwelijks aan bod. De kern van het verhaal van Hamas – Israël pleegt genocide – vinden we overal, terwijl feitelijke onderbouwing ontbreekt. En dit is niet het enige wat misgaat.
Onderwijskundigen en jeugdpsychologen zijn bij het beoordelen van educatieve content alert op het aanleren van kritisch denken, en zij waarschuwen tegen het aanleren van een ideologie. Veel genoemde valkuilen (zie Geerligs, T. Veen, T. van der, (2010) Lesgeven en zelfstandig leren. Uitgeverij Van Gorcum) in leermateriaal zijn: eenzijdige benadering, waardeoordelen of vooroordelen meegeven, feiten verwarren met meningen, ideologisch of emotioneel geladen taalgebruik, weglaten van relevante informatie, veronderstellen wat nog bewezen moet worden, meten met twee maten, en natuurlijk onjuiste informatie geven. Al deze valkuilen zien we terug in het voor dit rapport geanalyseerde materiaal.
Het resultaat is dat Nederlandse jongeren geen onderbouwde mening kunnen vormen over het conflict in het Midden-Oosten. In plaats daarvan krijgen zij een dwingend narratief aangeleerd. Aangezien in dit narratief voor de daden van Israël geen rechtvaardiging bestaat – en de daden zelf ook nog in het extreme worden getrokken – kunnen jongeren slechts concluderen dat Israël een uniek kwaadaardige schurkenstaat is die gestopt moet worden. De volgende stap ligt voor de hand: zionisme is steun aan deze schurkenstaat, en elke Jood die niet expliciet afstand neemt van Israël is verdacht.
Direct na 7 oktober liepen de pesterijen tegen Joodse kinderen al zo uit de hand, dat tientallen Joodse kinderen in Nederland van school wilden wisselen. Het Jeugdjournaal van 12 februari 2024 deed verslag van een bezoek van minister Mariëlle Paul aan de Joodse Cheider school in Amsterdam: “Joodse kinderen in Nederland hebben door de oorlog in Gaza vaker te maken met nare reacties. Ze worden uitgescholden met vreselijke ziektes door mensen die tegen Israël zijn.” Ook het CIDI deed verslag van de toename van antisemitische incidenten op scholen.
Hetzelfde speelt op universiteiten. Zo kon het gebeuren dat studenten in Groningen hun pro-Palestina protesten vergezeld lieten gaan van toegangsverboden voor ‘zionisten’. Een Joodse student werd niet toegelaten, en uitgejouwd door een menigte die scandeerde: “Zionists not welcome here.” In Amsterdam kon de radicale organisatie Samidoun – verbonden aan terreurgroep PFLP – zich probleemloos aansluiten bij studentenprotesten. Eveneens in Amsterdam verspreidden protesterende studenten folders waarop zij opriepen tot intifada, stelden dat zionisme moest verdwijnen en riepen dat Palestina van de rivier tot de zee Arabisch moest zijn. Kortom: deze studenten riepen op tot een gewelddadige revolutie, het vernietigen van Israël en genocide op de Joodse bevolking. Op universiteiten in het hele land is sprake van intimidatie van Joodse en Israëlische studenten.257
Kunnen we dit los zien van de informatie die kinderen en jongeren krijgen aangeboden over Israël? Het is onwaarschijnlijk dat er geen verband zou zijn. En dat brengt ons bij de derde vraag aan het begin van dit hoofdstuk: kan het ook anders?
4.5 - Pedagogisch verantwoorde informatie
Zoals besproken in het eerste hoofdstuk, valt educatief videomateriaal sinds juli 2023 onder de Code Journalistiek Handelen van de NPO. Zoals aangetoond in het tweede hoofdstuk, voldoet de geanalyseerde content hier vaak niet aan. En dat terwijl deze code al behoorlijk is afgezwakt in vergelijking met de eerdere code, en bij de aanpassing niet afgestemd is op de eisen die aan educatief materiaal gesteld worden.
Goede codes lossen niet alles op, want toezicht op naleving speelt ook een grote rol. Dit laatste is een bijkomend probleem, zie bijlage V waarin we ingaan op de afhandeling van klachten met betrekking tot Israëlverslaggeving in Nederland. En toch zou een goede maatstaf een begin kunnen zijn om te voorkomen dat de Nederlandse jeugd een dwingend narratief krijgt aangereikt over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Juist educatieve content zou streng getoetst moeten worden op het aanleren van vooroordelen en het verhinderen van het ontwikkelen van kritisch denken.
Denk hierbij ook aan artikel 2.88 van de Mediawet, waarin staat: “Een publieke media-instelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat het aanbod van haar mediadiensten aanzet tot geweld of haat jegens een groep personen of een lid van een groep.” Zie ook artikel 9 van de Global Charter of Ethics for Journalists: “Journalists shall ensure that the dissemination of information or opinion does not contribute to hatred or prejudice and shall do their utmost to avoid facilitating the spread of discrimination on grounds such as geographical, social or ethnic origin, race, gender, sexual orientation, language, religion, disability, political and other opinions.”
Als het gaat om educatief materiaal dat betrekking heeft op Israël en Joden, is het niet meer dan logisch om de IHRA-definitie van antisemitisme hierin te betrekken. Het is waar dat Israëlkritiek niet per definitie antisemitisch is, maar de IHRA-definitie geeft duidelijk aan waar die grens ligt. Het gaat vooral om valkuilen die hierboven ook genoemd zijn als aandachtspunten voor onderwijskundigen en jeugdpsychologen. Met name twee punten in de IHRA-definitie verdienen hier aandacht:
- Met twee maten meten, in die zin dat van de staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd
- Het huidige beleid van Israël vergelijken met het beleid van de nazi’s.
Het eerste punt spreekt voor zich, en kan eenvoudig toegelicht worden door de verslaggeving over Israël te vergelijken met verslaggeving over andere landen. Zo bleef de verontwaardiging over de etnische zuivering van Nagorno-Karabach in september 2023 ver achter bij de verontwaardiging over de evacuaties van burgers in Gaza door Israël. En dat terwijl Israël deze burgers hiermee wilde beschermen tegen het oorlogsgeweld, en hen niet voorgoed uit hun land wilde verdrijven. Dit meten met twee maten geldt trouwens niet alleen voor het huidige conflict; het geldt voor de standaard benadering van Israël. Zo wordt het bestaansrecht van Israël voortdurend ter discussie gesteld vanwege de Nakba, maar stelt niemand ooit het bestaansrecht van India of Pakistan ter discussie vanwege de miljoenen vluchtelingen die het ontstaan
van die twee staten veroorzaakte.
Het tweede punt ligt subtieler. Stel dat Israël Palestijnen zou opsluiten in vernietigingskampen, zou dan niet de vergelijking met nazi’s mogen worden gemaakt? Natuurlijk wel. Maar is daar sprake van? Er is geen bewijs voor concentratiekampen, etnische zuivering of genocide. En toch worden die termen voortdurend gebruikt om het handelen van Israël mee te omschrijven. Zelfs het voorlopige oordeel van het ICJ over de aanklacht tegen Israël is – ondanks protesten van de ICJ-president – in veel media gebracht als ‘bewijs’ dat Israël genocide pleegt. De gretigheid om Israël onterecht genocide aan te wrijven, is een poging om Israël gelijk te stellen aan de nazi’s. Het is een tactiek die zoekt om de Israëli’s te raken waar dat het meeste pijn doet: in het Joodse trauma over de Holocaust.
Daarnaast is dit in feite een nieuw bloedsprookje om Israël – de Jood onder de volkeren – af te schilderen als zo kwaadaardig, dat vernietiging van dit land een loffelijk streven wordt. Het is zorgwekkend dat in het huidige Nederland blijkbaar zo’n onderstroom van Israëlhaat is, dat deze dubieuze termen inmiddels breed geaccepteerd zijn. Nederlandse activisten, politici en opiniemakers zouden zich beter in de feiten kunnen verdiepen dan dergelijke haat lichtvaardig aan te wakkeren. Voor de volledige tekst van de IHRA-definitie, zie bijlage IV.
Jongeren zouden de feiten over Israël en de Palestijnen moeten leren zonder selectiviteit om een bepaald narratief te ondersteunen. Feiten in het voor- en nadeel van Israël, en feiten in het voor- en nadeel van de Palestijnen. En natuurlijk feiten in het voor- en nadeel van alle andere actoren in de regio, zoals Iran en Hezbollah. Verder zouden meningen van ideologisch gekleurde organisaties – zoals de VN, politieke partijen, en mensenrechtenorganisaties – niet als feiten gepresenteerd moeten worden, tenzij die meningen werkelijk onderbouwd zijn met objectief onderzoek. Juist jongeren moeten leren om autoriteiten niet domweg te geloven, maar kritisch te bevragen.